Is een niet ondertekend stuk toch een officieel stuk?

Als je trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat dan heeft ieder van de echtgenoten/partners aan het einde van de relatie recht op de helft van het ouderdomspensioen van de ander dat tijdens het huwelijk danwel de duur van het geregistreerde partnerschap is opgebouwd.

Dit is geregeld in een speciale wet, de Wet Verevening pensioenrechten. Je kan middels huwelijkse voorwaarden of partnerschapsvoorwaarden van deze standaardregeling afwijken; zo kan je overeenkomen dat je de tijdens de relatie opgebouwde pensioenaanspraken niet hoeft te delen, je sluit de wet dan uit, je kan ook een andere verdeling dan een fiftyfifty verdeling overeenkomen.

Je kan ook als je bij het aangaan van het huwelijk of een geregistreerd partnerschap niets geregeld hebt in het kader van een echtscheiding of een beëindiging van het geregistreerd partnerschap alsnog overeenkomen dat je de werking van de wet pensioenverevening uitsluit danwel een andere verdeling dan de fiftyfifty-verdeling overeenkomt.

De Wet Pensioenverevening schrijft voor dat de toepasselijkheid van de wet kan worden uitgesloten bij huwelijkse voorwaarden of partnervoorwaarden of bij een geschrift overeengekomen met het oog op scheiding/beëindiging van het geregistreerd partnerschap.

In een procedure waarin eind oktober 2023 door het hof Arnhem-Leeuwarden werd beslist stond ter discussie het antwoord op de vraag of het geschrift waarbij partijen de toepasselijkheid van de Wet Pensioenverevening hadden uitgesloten een getekend stuk moet zijn of dat een ongetekend stuk ook aan de eisen van de wet voldoet.

Wat was er gebeurd?

Partijen waren in 1980 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd, op 2 mei 2003 komt er aan het huwelijk een eind middels inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Partijen overleggen na de echtscheiding over de vermogensrechtelijke afwikkeling van de huwelijksgoederengemeenschap en zij overleggen met elkaar over de afwikkeling van de pensioenrechten.

In diverse concepten van het echtscheidingsconvenant nemen partijen op dat ieder van hen de door hem/haar tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten zal behouden, de tijdens het huwelijk pensioenaanspraken hoeven niet met de ander gedeeld te worden. Partijen sluiten de werking van de Wet Pensioenverevening heel nadrukkelijk uit.

Tot een ondertekening van het convenant komt het niet omdat ieder van partijen aan het ondertekenen van het convenant voorwaarden verbindt, ik zal u niet vermoeien met de voorwaarden die ieder van partijen stelden omdat kennisneming daarvan de wenkbrauwen zal doen fronsen en u zich zult afvragen waar partijen zich in een echtscheidingsprocedure in godsvredenaam druk overmaken.

Zoals gezegd komt het niet tot een ondertekening van een echtscheidingsconvenant en rond 2022 staat de man op het punt om met pensioen te gaan.

In de procedure die uiteindelijk heeft geleid tot de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden vordert de vrouw dat de man wordt veroordeeld om aan haar uit te betalen de helft van zijn ouderdomspensioen zoals dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

De man voert tegen die vordering verweer en stelt dat partijen in het echtscheidingsconvenant zijn overeengekomen dat de werking van de Wet Pensioenverevening is uitgesloten en dat op grond daarvan de vrouw geen aanspraak kon maken op de helft van zijn ouderdomspensioen.

De vrouw voerde in de procedure aan dat het niet ondertekende echtscheidingsconvenant niet het schriftelijk stuk is waar de Wet Pensioenverevening over spreekt. De man voerde als aanvullend verweer dat het convenant niet ondertekend hoeft te zijn om toch te voldoen aan de wettelijke eis dat er een schriftelijk stuk moet zijn door middel waarvan de pensioenverevening is uitgesloten.

Het hof oordeelt dat uit de stukken valt af te leiden dat partijen tijdens de onderhandelingen over het echtscheidingsconvenant nimmer van mening hebben verschild over het antwoord op de vraag hoe om te gaan met de tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenafspraken. Partijen waren het over de inhoud van het convenant eens, het feit dat het niet tot een ondertekening is gekomen was gelegen in het feit dat niemand van hen wilde voldoen aan de aanvullende voorwaarden alvorens er tot ondertekening werd overgegaan.

Het niet ondertekend zijn van het convenant werd niet veroorzaakt omdat partijen over de inhoud van het convenant niet eens waren.

Dit zo zijnde komt het hof tot de conclusie dat ook een niet-ondertekend echtscheidingsconvenant een bij schrift gesloten overeenkomst is, gemaakt met het oog op de echtscheiding, door middel waarvan partijen de werking van de Wet Pensioenverevening kunnen uitsluiten.

De vordering van de vrouw om de man te veroordelen de helft van zijn tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen aan de vrouw uit te betalen werd afgewezen.

Ruim 20 jaar na de echtscheiding kwam er alsnog een eind aan een discussie die voorkomen had kunnen worden door het in 2003 zetten van een handtekening.

De uitspraak van het hof bewijst maar weer eens dat het verstandig is om vanwege een echtscheiding of een beëindiging van een geregistreerd partnerschap de zaken direct te regelen en af te wikkelen en niet naar de toekomst te verschuiven maar bewijst ook dat, als je dat laatste na laat, dat niet catastrofaal hoeft te zijn.

Door: Advocatenkantoor Geerts

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *